Iets over het bijenvolk
Onze honingbij leeft in een goed georganiseerde kolonie. Oorspronkelijk leefden de bijenvolken inboomholtes, maar deoude cultuurvolken zoals bijvoorbeeld de Egyptenaren bouwden zelf woningen voor de bijen. Vroeger werden de bijen gehuisvest in korven, maar tegenwoordig worden bijna altijd kasten gebruikt omdat het houden van bijen hierin gemakkelijker is voor inspectie van het volk en het oogsten van honing.

Een bijenvolk bestaat uit 1 koningin, 20.000-60.000 werkbijen en in de zomer enkele honderden darren (mannetjes). De voornaamste taak van de koningin is het leggen van eitjes in de mooi uitgebouwde raten. Dit doet zij van ongeveer februari tot oktober. Aan het einde van de winter legt zij nog maar weinig eitjes, maar naarmate het voorjaar vordert gaat haar productie sterk omhoog en hoeveelheden van 1500-2000 eitjes per etmaal zijn dan niet ongewoon (dit komt overeen met meer dan haar eigen lichaamsgewicht!)
In het begin legt de koningin alleen maar bevruchte eitjes, waaruit na 21 dagen de vrouwelijke Werksters worden geboren. Op een gegeven ogenblik gaat de koningin ook onbevruchte eitjes leggen in wat grotere cellen. Hieruit ontstaan na 24 dagen de darren. Dit is een aanzet tot de natuurlijke vermeerdering van het volk. Het bijenvolk wordt steeds groter en de werkbijen gaan speciale cellen bouwen waarin de koningin bevruchte eitjes gaat leggen. Deze zijn voorbestemd tot nieuwe koninginnen, hetgeen bereikt wordt door toediening van speciaal, door de werksters, geproduceerd voedsel.
De jonge koningin is na 16 dagen rijp, maar voordat haar geboorte plaatsvindt verlaat de oude koningin met een deel van het volk de woning. Dit is het u welbekende zwermen. De zwerm gaat meestal dichtbij aan een tak hangen en wordt door de imker "geschept" en in een nieuwe woning gebracht. Omdat in het achterblijvende volk meerdere koninginnen worden geboren kan dit volk ook nog weer gaan zwermen. In veel gevallen tracht de imker het zwermen te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. De jonge koningin moet nog bevrucht worden. Hiervoor vliegt zij op een mooie dag uit en paart hoog in de lucht met meerdere darren. Na terugkeer in de kast of korf gaat de koningin spoedig eitjes leggen en begint de opbouw van een nieuw bijenvolk.
Later zijn de darren niet meer nodig en worden door hun zusters doodgestoken! In het najaar gaat de koningin steeds minder eitjes leggen en het volk gaat naar de winterrust toe. De imker zorgt ervoor dat ze voldoende voer hebben (suiker). Wordt het koud dan gaan de bijen een tros vormen (klein afkoelend oppervlak) met de koningin in het warme centrum. De bijen blijven voldoende warm door het opnemen van voedsel. En in het vroege voorjaar begint dan weer een nieuwe cyclus.
Tenslotte iets om nog eens over na te denken: een dar heeft geen vader en geen zonen, maar wel een grootvader en kleinzonen! Dezelfde dar heeft wel een grootmoeder, een moeder, dochters en kleindochters.
Honing en stuifmeel
Bij hun bezoek aan bloemen verzamelen de bijen stuifmeel en nectar. Beide stoffen worden opgeslagen in de raten.
Stuifmeel (stuifsel van de mannelijke helmknoppen) dient als voedsel voor de jonge larven. De bijen nemen dit mee in een speciaal korfje aan de achterpoten( zie foto). Deze klompjes stuifmeel kunt u zien bij observatie van bijen die op de bloemen zitten. De bijen bezoeken veel bloemen en hierdoor worden de stuifmeelkorrels van de ene naar de andere plant overgebracht. Op deze wijze vindt dus de bestuiving plaats. Dit betekent dat veel planten en bestuivende insecten voor hun voortplanting geheel op elkaar zijn aangewezen!
Uit de verzamelde nectar (een oplossing van suikers) wordt door de bijen honing geproduceerd. Na het opzuigen vanuit de bloem voegt de bij enzymen aan de nectar toe. Als de bij thuiskomt geeft ze de nectar aan de "huisbijen" af en deze zorgen voor verder indampen van de nectar en het opslaan ervan in raten. Als de nu ontstane honing voldoende "rijp" is wordt deze verzegeld met een dekseltje van bijenwas. De zo gevormde voorraad is bedoeld om de winter door te komen.

De imker kan deze honing ook oogsten, maar zal er dan voor zorgen de bijen voldoende suiker terug te geven. Realiseert u zich dat voor het verzamelen van een pot honing 5 tot 10 miljoen visites door de bijen aan de bloemen worden gebracht! De smaak van honing kan zeer verschillend zijn en is afhankelijk van de door de bijen bezochte bloemen. Bij massale bloei van bepaalde planten of bomen kan een vrij eenduidige honing gewonnen worden. Voorbeelden zijn: koolzaad-, fruit-, linde-, distel- en heidehoning. Maar ook de zomerhoning die gewonnen wordt uit vele soorten planten kan prima van smaak zijn! Veel honingsoorten kristalliseren; dit is een volkomen normaal verschijnsel dat optreedt bij zuivere, niet verhitte honing. Door de honing iets te verwarmen wordt deze weer goed smeerbaar. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld heide- en acaciahoning; deze kristalliseren zeer langzaam.
Het nut van de honingbij
Uit het voorgaande blijkt dat de bij van groot belang is voor behoud van onze natuur. Afwezigheid van de bij zal tot gevolg hebben dat gewassen zich slechter kunnen voortplanten door onvoldoende bestuiving. Bijen zorgen ervoor dat de vruchten van vele gewassen zich beter ontwikkelen. Denk hierbij dan niet alleen aan onze fruitbomen, maar ook aan de bessen en vele wilde planten. De laatste dienen als voedsel in het najaar voor onder andere de vogels. Voorts is de teelt van augurken en vroege aardbeien onder glas geheel afhankelijk van bestuiving door bijen. Onze honingbij neemt door haar bloemvastheid een bijzondere plaats in bij de bestuiving. Naast het belang van de bestuiving leveren de bijenvolken ook nog een aantal fijne producten op: honing en stuifmeel. Kortom: onze bij hoort er ook bij!

Bijenhouden iets voor u?
Met deze hobby bent u betrokken bij een prachtig natuurgebeuren. Steeds zult u verwonderd zijn over de organisatie van de bijenstaat en de processen die zich voltrekken. Imkers kunnen er uren over vertellen. Bovendien levert deze hobby in het algemeen een behoorlijke hoeveelheid lekkere, zuivere honing op. Wilt u bijen houden dan kunt u zich het beste aansluiten bij een imkersvereniging. De Algemene Nederlandse Imkersvereniging (A.N.I.) is een landelijke vereniging met afdelingen in verschillende plaatsen. De vereniging zorgt, in samenwerking met de afdeling, diverse activiteiten zoals:
- Het opleiden van belangstellenden tot beginnend en gevorderd imker;
- Het organiseren van bijen- en honingmarkten;
- Het houden van afdelingsvergaderingen met veel informatie over de bijenteelt via lezingen, films, dia's enz.
- Het uitgeven van het verenigingsblad "Onze Bijen" (6 x per jaar);
- Het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten over ziektebestrijding;
- Het houden van imkersdagen met bezoeken en onderwerpen betreffende de bijenteelt en aanverwante zaken;
- Het onderhouden van contacten met bevriende zusterverenigingen.
Wist u dat?…………..
De honingbij in de winter 6 maanden oud kan worden,
bijen in de zomer moet veel werk doen en worden daarom maar 6 tot 8 weken oud.
Een bij is bloemvast en heeft een maximum actieradius van ongeveer
met een volle tank (30 á 40 mg) kan zij
komt dat neer op een verhouding van
Zij haar bijenwoning altijd binnen de
zij vliegt in haar zomerse bijenleven
Haar vleugels 200 keer per seconde bewegen,
elke 2 minuten vliegt zij
10 bijen wegen
Een bij voor
voor die kilo honing er 350 tot 450 bijen hun leven hebben geven,
voor een theelepel honing moet de bij een afstand van München – Moskou afleggen,
zij maakt daarbij meer dan 1 miljoen tussenlandingen.
Zo’n 60.000 bijen met volle honingblaasjes staat gelijk aan
Een bijenkoningin 5 jaar oud kan worden, maar wordt vaak eerder vervangen,
zij legt elke zomerse dag ongeveer 2000 tot 2500 eitjes, per jaar zijn dat 150.000,
totaal in haar hele leven zijn dat 500.000 eitjes.
Uit elk bevrucht eitje, gelegd door de koningin, levert een werkbij (vrouwtje) op,
uit een onbevrucht eitje komen de darren (mannetje)
Het gewicht van 1500 bijeneitjes wegen evenveel als de koningin,
5000 bijeneitjes wegen totaal
Dat een voedsterbij ongeveer 2000 bezoeken moet afleggen om een bijenlarve te voeden voordat het popstadium is bereikt. Dat een bijenlarve na 6 dagen haar geboortegewicht 500 maal vermeerderd heeft.
Onze planten worden voor 80% door bijen bestoven
voor de vorming van
een bijenvolk kan per jaar 350 tot
Voor het verzamelen van
Voor deze hoeveelheid zijn 20.000 klompjes nodig. Twee klompjes bevatten 100.000 pollen (stuifmeelkorrels) en de bij moet daarvoor 80 bloemen bezoeken.
Basisregels hygiëne
bij imkeren
Net als vroeger geniet het voedingsmiddel honing tegenwoordig veel aandacht.
Het verzamelen, inverteren en indikken van nectar is een taak van de bijen, waarop de imker heel weinig invloed op heeft. De bijen verzamelen de nectar van bloemen en extrafloralen nectarien. De honingdauw, een afscheidingsproduct van de luizen, wordt verzameld van verschillende plantendelen. Het verzamelde product is een waterige oplossing van verschillende suikersoorten. Nadat het door de bijen voldoende is ingedikt wordt het nu verkregen product honing door de bijen opgeslagen in de raten en luchtdicht verzegeld met wasdekseltjes.
De taak van de bijen is volbracht. Nu is het aan de imker om er voor te zorgen dat bij de verdere handelingen geen situaties ontstaan die de kwaliteit van de honing mogelijk nadelig kunnen beïnvloeden.
Het actuele levensmiddelen hygiëne geldt eveneens voor de productie, alsook voor de verwerking ervan. Iedere imker is verantwoordelijk voor het naleven van een hygiëneconcept, die de productie van het voedingsmiddel (in dit geval de honing) op een verantwoorde en gezonde manier waarborgt en de consument beschermt tegen een ondeugdelijk product.
Als gevolg van een onhygiënisch productieproces kan er schade ontstaan aan het product. Dat kan leiden tot gezondheidsproblemen en, in het zwaarste geval, tot een voedselvergiftiging. Inbeslagname van het waren, gerechtelijke vervolging en het sluiten van de imkerij kunnen dan de onaangename gevolgen zijn.
Door het goed doordachte controlesysteem en het strikt volgen van de hygiënemaatregelen tijdens het gehele honingwinningproces, opslag en transport kan de imker er voor zorgen dat de kwaliteit van zijn product optimaal wordt en blijft. Een hoogwaardig product is de beste reclame voor zijn imkerij.
Hygiëne van levensmiddelen
Het woord hygiëne is herleidt van de naam van de Griekse godin voor gezondheid - Hygieia. Het doel van alle voorschriften die betrekking hebben op de hygiëne van levensmiddelen is de productie van smakelijk en veilig product.
Portret van Hygieia toegeschreven aan Skopas (afkomstig uit Tegea, Nationaal Archeologisch Museum van Athene).
Er zijn veel oorzaken van de vervuiling van honing. Een ervan is de aanwezigheid van de poppenrestanten of mensen- of dierenharen in de honing. Ook de residuen van de medicijnen of reinigingsmiddelen, glassplinters of aanwezigheid van ziektekiemen zorgen er voor dat de honing niet onberispelijk voedingsmiddel aan de klanten wordt aangeboden.
Alleen een goede toepassing van algemene hygiënemaatregelen, geschikte ruimte, persoonlijke hygiëne en een goede organisatie maken het mogelijk om een deugdelijk product te leveren. Iedere imker is verplicht om deze maatregelen te nemen en te zorgen dat deze ook daadwerkelijk nageleefd worden. Het gevaar hierbij is dat men in de eigen imkerij vaak kleine onregelmatigheden of foutjes niet meer ziet.
Het is aan te raden om regelmatig de organisatorische en hygiënische omstandigheden in de imkerij na te gaan. Uit het oogpunt van hygiëne zijn voor de imker de volgende punten van belang:
Organisatie en productie
• Hoe is de imkerij opgezet
• Is de uitrusting van het bedrijf voldoende
• Doe ik alles zelf
• Hoe vergroot ik mijn eigen kennis
• Hoe worden de hulpkrachten opgeleid en begeleid
Staat van het gebouw
• Geschiedt de honingwinning in een aparte ruimte of wordt het gebruik gemaakt van een andere daarvoor geschikte ruimte (keuken, bijkeuken of een andere ruimte in de woning)
• Zijn het dak en vloer in de ruimte in orde
• Kunnen de stof, spinnenwebben of verfschilfertjes van het dak of wanden in de honing terecht komen
• Is de ruimte voldoende stofvrij en droog, zodat bij het slingeren van de honing noch stof nog vocht bij de honing komen
Staat van de gebruikte apparaten
• Zijn de te gebruiken apparaten uitsluitend van roestvrij staal en/of kunststof
• Zijn er rustvlekken op de honingslinger
• Is de slingerkooi in orde
• Kan er, door ondeskundig gebruik van de apparaten, metaal slijtage ontstaan
Schoonmaken
• zijn er alle apparaten voor het gebruik grondig schoongemaakt met koud en warm water
• zijn de raten en honing zo opgeslagen dat er geen gevaar bestaat voor de aantasting door van bv. wasmotten, mijten of muizen
Gesteldheid van de honing
• zijn er in honing de restanten van medicamenten of slijtage van de gebruikte apparaten te vinden
• zijn er delen van de insecten, wasdeeltjes, haren of pluisjes van keukendoeken te vinden
• is de honig aan het gisten
Persoonlijke hygiëne
• dragen alle personen, die met honing tijdens het verwerkingsproces in aanraking komen, geschikte schone kleiding en schoenen
• zijn de handen en vingernagels van de betreffende personen schoon
• kunnen er tijdens het verwerkingsproces haren in de honing komen
• zijn de personen die de honing verwerken gezond
• heeft iemand van die personen een besmettelijke ziekte of open wonden waaruit de ziektekiemen in de honing terecht kunnen komen
Met een kritische proef van betreffende onderdelen bereikt men een waarheidsgetrouw beeld van de hygiënestaat in de imkerij en worden de zwakke punten duidelijk. Iedere imker is zelf verantwoordelijk voor de hygiënestand in zijn bedrijf. Het doel is immers om de toestand te verbeteren.
Uitgangspunt bij de bedrijfshygiëne
Zoals het afbelding laat zien, is een verbetering van de bestaande situatie vergelijkbaar met het verzoek om een kogel op een schuine vlak steeds hoger te laten rollen. Het vereist steeds meer inspanning om de situatie te verbeteren om uiteindelijk een beter resultaat te behalen.
Bijkeuken Keuken Aangepaste
keuken Productie
ruimte
Microbiologische beginselen
Gezondheidsgevaren van levensmiddelen ontstaan in de eerste plaats door ziektekiemen, die zich in de levensmiddelen vermeerderen. Bij het nuttigen van de levensmiddelen ontstane gezondheidsproblemen kunnen uiteindelijk leiden tot de dood.
Het probleem bij de betreffende ziektekiem is dat ze niet zichtbaar zij, noch door de geur of smaak te herkennen zijn. Tabel I laat de meest voorkomende levensmiddelen vergiftigingen zien met de typische symptomen.
De honing komt in dit overzicht niet voor, het is een relatief veilig product. Toch moet een imker weten welke levensmiddelen gevaarlijk kunnen zijn en waarop speciaal gelet moet worden.
Tabel 1: De meest voorkomende symptomen bij vergiftiging door levensmiddelen.
Ziekte (Ziekteverwekker) Risicovolle levensmiddelen Ziekteverschijnselen
Salmonella vergiftiging
(Salmonella typhimurium)
Vlees, gevogelte, eieren en producten hiervan zoals melkpoeder en schepijs • Misselijkheid, braken
• Rillingen, koorts
• Buikkrampen
• Diarree
• Hoofdpijn
Stafylococcen vergiftiging
(Stafylokoccen) Vlees en vleesproducten, gevogelte, melk, kaas, sausjes, puddingen en dressings:
Het gif kan tegen hitte, daarom kan vergiftiging ook voorkomen bij reeds gedode bacteriën. • Misselijkheid
• Geen koorts
• Buikkrampen
• Diarree
• Algemeen vermoeidheidsgevoel
Bacillus Cereus-vergiftiging
(Bacillus cereus) Graanproducten, eierproducten, puddingen sausjes, fijngehakte onvoldoende verhitte vleesproducten • Misselijkheid
• Buikkrampen
• Waterige diarree
• Soms braken
Botulisme
(Clostridium botulinum) Onvoldoende verhitte vlees-, worst-, gemengde groenten- conserven (vooral eigengemaakte), rauwe ham,
honing • Misselijkheid, braken
• Dubbelzien
• Slikklachten
• Verlies van pupilreflex
• Obstipatie(verstopping)
• Verlamming van de ademhalingsspieren
• Hoog sterftecijfer
• Bij kleine kinderen (onder 1 jaar), kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen in de darmen en daar vergiftigingen veroorzaken
Listerosis
(Listeria monocytogenes) Rauwe melk en producten van rauwe melk, rauw vlees en rauwe vleesproducten, rauwe groenten en verse salades. Soms ook in vlees en visproducten vacuüm verpakt, maar over de houdbaarheidsdatum • Misselijkheid
• Braken
• Rillingen
• Hoge koorts (hersenvliesontsteking)
• Bij zwangere vrouwen beschadiging van de vrucht en spontane abortus
Enteroinvasieve E. coli ((EIEC) Escherichia coli)
Shigella
Rauwe dierlijke levensmiddelen,bijvoorbeeld rauwe melk, onvoldoende verhit rundvlees, vooral rundergehakt • Bloederige darmontsteking
• Nierfalen
• Hemolytisch uremisch syndroom (HUS)
Als een imker naast de honig ook de producten aanbiedt waarin honing verwerkt is, werkt hij met levensmiddelen die, wat het besmettingsgevaar betreft, veel gevoeliger zijn dan honing alleen. Bij het werken met deze gevoelige levensmiddelen is bv. bewaar temperatuur van het groot belang.
Wat zijn micro-organismen
Micro-organismen zijn het kleinst levende wezens, die met het blote oog niet te herkennen zijn. Ze komen overal voor, in de grond, water, lucht, bij de mensen en ook in levensmiddelen. Bij de micro-organismen behoren virussen, bacteriën, gisten en schimmels.
Een goed werkende immuun systeem beschermt de mensen tegen de meeste schadelijke micro-organismen of kiemen. Pas als de kiemen de overhand nemen, komt er tot het gezondheid gevaar of ziekte.
Vele van de micro-organismen zijn onschadelijk of zelfs gewenst. Voor de verwerking van zuurkool of yoghurt zijn de melkzuurbacteriën nodig, evenals de gisten nodig zijn voor het bakken van brood of gisting van het druivensap voor wijn.
Sommige bacteriën, schimmels en gisten zijn verantwoordelijk voor het bederf van levensmiddelen. Onder bepaalde omstandigheden kunnen de micro-organismen het bederf van levensmiddelen versnellen.
Groeiomstandigheden van de micro-organismen
Voor hun groei hebben de micro-organismen de voedingsstoffen, warmte, vocht en tijd nodig. Hoe beter de omstandigheden zijn, zo sneller is de vermeerdering van de micro-organismen. Zelf bij een levensmiddel met weinig kiemen, kan er, door gunstige omstandigheden, binnen een korte tijd het aantal kiemen zo sterk toenemen, dat er gezondheidsprobleem ontstaat (diaree). Het levensmiddel kan op het oog nog goed er uitzien, maar toch niet geschikt zijn voor de consumptie of zelfs gevaar voor de gezondheid opleveren.
Belangrijke maatregelen voor vermindering van kiembesmetting
Om de kiembesmetting van de levensmiddelen te verkleinen moeten de leefomstandigheden van de micro-organismen worden verminderd of de vermeerderingsmogelijkheid beperkt.
De belangrijkste voorzorgsmaatregelen daarbij zijn:
• vermijden van kruisbesmetting door scheiding van schone en vuile werkplek
• minder kiemaanwezigheid door schone werkomstandigheden
• naleven van regels van persoonlijke hygiëne, in het bijzonder de handen
• koel bewaren van levensmiddelen (4-7 º C); koelcirkel niet onderbreken
• levensmiddelen voldoende verhitten ( kerntemperatuur 70 ºC)
• warmhouden van gerechten bij minimaal 65 ºC
• verminderen of doden van kiemen door adequate schoonmaak en desinfecteer, bv. door het uitkoken van schoonmaakdoeken
Wetgeving
Voor de Nederlandse wetgeving zie bijlage 2 - Besluit van 20 november 2003, houdende regels voor honing (Warenwetbesluit honing).
Bescherming van de gezondheid
Bescherming van de gezondheid berust in de eerste plaats bij de levensmiddelen. Iedereen, die voor anderen levensmiddelen produceert of bereidt, draagt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de door hem/haar aangeboden producten. De gezondheid van de gebruiker mag niet in gevaar gebracht worden.
Zorgplicht
Iedereen die met levensmiddelen werkt is verplicht om op de hoogte te zijn van de wettelijke regels en verplichtingen en zich houden aan er wettelijke voorschriften. Onbekendheid met de wet is geen vrijbrief.
Zorgplicht houdt ook een hygiënisch verantwoorde handeling in de imkerij.
Product verantwoordelijkheid
De producent van het product is verantwoordelijk voor de onstane schade. Ook moet hij het bewijs leveren dat het product niet in zijn bedrijf gemaakt is of dat de schade niet door zijn toedoen ontstaan is.
Honingwinning
Honing wordt voor +/- 95% geproduceerd door hobbyimkers en +/- 5% door beroepsimkers. Dat zijn twee totaal verschillende soorten bedrijven. Maar voor beide typen gelden in principe gelijke hygiënische voorschriften.
Hobby imker
• geen winstoogmerk
• +/- 15 bijenvolken
• Gemiddeld 10 - 25 kg honing per volk per jaar
• Alle producten worden aan huis verkocht
• Geen aparte opslagruimte voor producten/materialen
• Honing slingeren gebeurt meestal in de keuken; voor deze bedrijven gelden nationale hygiëne voorschriften
Beroeps/semiberoeps imker
• Winstoogmerk
• Meer dan 200 bijenvolken
• Meer dan 30 kg honing per volk per jaar
• Alle producten worden aan huis, op de markten of bij de middenstand/groothandel verkocht
• Beschikking over aparte opslagruimte voor producten/materialen
• Honing slingerruimte beschikbaar
• Gekoelde opslagruimte voor de honing tot de verkoop
• Beschikken over ruimte voor verwerking van was of hout
Voor het transport van honing gelden, afhankelijk van de grote van het bedrijf, de EU of nationale voorwaarden.
Bijenhouderij en bijengezondheid
Volgens Besluit van 20 november 2003, houdende regels voor honing (Warenwetbesluit honing) is honing: de natuurlijke zoete stof, bereid uit bloemennectar of uit afscheidingsproducten van levende
plantendelen of uitscheidingsproducten van plantensapzuigende insecten op de levende plantendelen, welke grondstoffen door de bijensoort Apis mellifera worden vergaard, verwerkt door vermenging met eigen specifieke stoffen, gedehydreerd, en in de honingraten opgeslagen en
achtergelaten om te rijpen.
De wet schrijft voor dat de honing zonder residuen wordt gewonnen.
De residuen komen op verschillende manieren in de honing. Alle schadelijke stoffen die zich behalve op de door bijen bevlogen bronnen bevinden kunnen in de honing terechtkomen. Dat kunnen zware metalen, maar ook bestrijdingsmiddelen zijn. Door de behandeling van bijenvolken tegen o.a. varroa mijt, kunnen er, door het niet naleven van de voorschriften, aanzienlijke hoeveelheden medicijnen in de honing terecht komen.
Bestrijdingsmiddelen die als "niet gevaarlijk voor bijen" worden genoemd en daardoor ook tijdens de bloei van de planten worden gebruikt belanden uiteindelijk ook in de honing, als de bijen onmiddellijk na het toepassing uitvliegen om nectar en pollen van de betreffend bloemen te verzamelen.
Om het genoemde te vermijden is het de zaak om de plaats van de bijenstand zo te kiezen dat het effect van het landbouw- en andere vervuiling zo klein mogelijk is.
Bij de opslag van raten is het belangrijk om alleen middelen te gebruiken die geen restanten op de raten of is het was achterlaten die laten ook in de honing terecht kunnen komen.
Opslag van honing in de voor het levensmiddelen ongeschikte vaten kan leiden tot verontreiniging van de honing met zware metalen, in het bijzonder met cadmium.
Honingwinning
Bij de honingwinning mogen geen bestrijdingsmiddelen met uitsluitend een afwerende werking op dieren (kruidnagelolie, carbol) gebruikt worden. Het gevaar is groot dat deze als ongewenste residu in de honing terecht komen.
Gebruik van veel rook tijdens het afnemen van honingraten is ook af te raden, omdat daardoor ook de asdeeltjes de honing kunnen verontreinigen.
Door de hygroscopische eigenschap van de honing wordt het gebruik van water om bijen rustig te houden afgeraden.
Watergehalte van honing wordt met een refractometer gemeten en opgeschreven.
Afnemen van raten wordt gedaan tijdens buiten drachtseizoen, het liefst 's morgens vroeg. Anders wordt het gedaan op een drachtloze dag. Alleen verzegelde raten worden afgenomen, afgeveegd en gelijk in schone, bijendichte kasten opgeslagen. Roverij moet beslist worden vermeden.
Ganzenveren worden als afveger afgeraden. Ze blijven heel makkelijk plakken en zijn moeilijk schoon te maken.
Veger en beitel moeten altijd schoon zijn. Vers en schoon water om handen en gereedschap te wassen moet altijd voorradig zijn.
Alle gereedschappen en laadkisten moeten schoon en functioneel zijn, er mag geen stof, roest of vuil in contact komen met de honingraten.
Afgenomen raten mogen niet op de grond gezet worden, maar in schone, bijendichte transportkisten opgeslagen worden. Zo wordt een hygiënisch transport van de raten naar de slingerruimte gewaarborgd.
De transportkisten mogen ook niet met de grond in aanraking komen. Ze worden op een palet gezet, zodat geen aarde naar de slingerruimte meegebracht wordt.
Het transportvoertuig moet eveneens schoon, bijendicht en in een onberispelijk toestand zijn. Grondig schoonmaken voor het gebruik waarborgt eventuele negatieve invloeden achteraf.
Het schoonmaken van het transportvoertuig en transportkisten zal vermeld worden in een schoonmaakplan.
Slingerruimte moet zo opgezet worden dat de eventuele nadelige gevolgen voor de levensmiddelen uitgesloten zijn.
Dat is alleen mogelijk als:
• Scheiding van schone en vuile werkplaatsen
• Waarborgen van de vereiste temperatuur voor de betreffende levensmiddelen
• Aanwezigheid van voldoende luchtzuivering, zodat er geen vreemde luchtjes en condenswater aanwezig zij; daardoor wordt schimmelvorming vermeden
• Voldoende natuurlijke of kunstmatige belichting
• Voldoende wasgelegenheid met koud en warm water, zeep en weggooi handdoeken
• Toiletten moeten door een gang gescheiden zijn; ook hier moet een wasgelegenheid met koud en warm water zijn
• Goed schoonmaken en desnoods desinfectie moet mogelijk zijn
Schuren, garages of bijenstanden zijn als tussenopslagplaats van de afgenomen raten of als slingerruimte niet geschikt.
Eisen betreffende bedrijfshygiëne
• Waterdichte vloer, die makkelijk te schoonmaken is: tegels, vaste kunststof (geen cement/leem)
• Muren en plafond stofvrij (geen spinnenwebben), geen schimmels of afbladderende verf
• Goed sluitende deuren die makkelijk te reinigen zijn
• Ramen met een horrengaas tegen insecten en ook als bescherming tegen roverij
• Bij verlichting rekening houden met bescherming tegen eventuele glassplinters van gebarsten peertjes
• Aanwezigheid van wasgelegenheid met koud en warm water, zeep en weggooi handdoeken
• Werktafels makkelijk nat schoon te maken (geen houten tafels)
• Alle oppervlakten die met levensmiddel in aanraking komen moeten schoon, corosievrij, glad en makkelijk te reinigen of desinfecteren zijn (roestvrij staal, kuststof)
• Alle apparaten en gereedschap moeten schoon en corosievrij zijn
• Opslagcontainers uit het materiaal dat geschikt is voor levensmiddelen (roestvrij staal, kunststof of glas)
• Mogelijkheid om gebruikte gereedschappen en materialen te reinigen
Deze eisen zijn van toepassing voor alle bedrijven die met levensmiddelen werken. Maar voor vele imkers zijn ze ook een grote opgave, omdat een eigen verwerkingsruimte niet in verhouding staat met de honingopbrengst. Daarom is het belangrijk om na te denken hoe men bij de verwerking van de honing toch aan de wettelijke eisen kan voldoen.
Wat te doen bij het ontbreken van eigen slingerruimte
De wetgeving laat toe om bij onregelmatige productie (enkele keren per jaar) gebruik van bv. keuken of bijkeuken toe, wel onder bepaalde voorwaarden.
Essentieel is hierbij, dat het gebruik van privéruimten niet tegelijk met de dagelijkse werkzaamheden gebeurt. Tijdens de honingwinning wordt niet gekookt, gegeten of gewassen. Ook de wasverwerking gebeurt niet tijdens de dagelijkse huishoudwerkzaamheden.
Bij het gebruik van privéruimten (keuken of bijkeuken) gelden hetzelfde hygiënische eisen als bij aparte slingerruimten; een goede hygiëne standaard moet gewaarborgd zijn.
Daarbij wordt speciaal gelet op:
• Voor het begin moeten afval of sterk ruikende middelen (reinigingsmiddelen, waspoeder) verwijderd worden
• Voedingsbak en drinkbak van de huisdieren, evenals de vogelkooi worden verwijderd
• Ook andere "bedrijfsvreemde" zaken, zoals kranten en bloempotten worden verwijderd, om zo de overbrenging van vuil en kiemen te vermijden
• De ruimte wordt schoongemaakt, de werkoppervlakten ontsmet, zeker in het geval dat er daarvoor in de keuken met rauw vlees, vis, gevogelte of eieren gewerkt wordt
• Als wasgelegenheid kan het toilet gebruikt worden; wel worden alle niet noodzakelijke dingen verwijderd (haarborstel en dergelijke)
• Andere werkzaamheden, zoals was smelten of met hout werken, zijn tijdens het werken met honing (slingeren, roeren, vullen) niet toegestaan
• Huisdieren (honden, katten, vogels) hebben geen toegang
Schoonmaken
Een goede bedrijfshygiëne staat of valt met de schoonmaak en ontsmetting maatregelen in het bedrijf. Volgende regels zijn van toepassing:
• Schoonmaken van de ruimten, gebruikte materialen en gereedschappen gebeurt met warm water (drinkkwaliteit) en geschikt schoonmaakmiddel (afwasmiddel, vloeibaar schuurmiddel)
• Werkt men met levensmiddelen, dan verdienen de kunststof afwasborstels de voorkeur boven de borstels met houten handgreep
• Kookechte katoenen doeken hebben de voorkeur
• Oppassen voor kruisbesmeting (schoonmaken van wastafels en werktafels met hetzelfde doek)
• Schoongemakte oppervlakten afdrogen met een schoon katoenen doek, liever nog met het papieren wegwerpdoeken
• Na het gebruik de katoenen schoonmaak doeken uitkoken
• Schoonmaakhulpmiddelen (borstels, vegers) apart van de levensmiddelen bewaren
• Schoonmaakmiddelen apart van de levensmiddelen bewaren
• Chemische schoonmaakmiddelen alleen in de originele verpakking bewaren
• Bezems en schrobbers regelmatig schoonmaken en hangend opbergen
Ontsmetting
Er zijn verschillende vormen van ontsmetting.
Bij een thermische ontsmetting worden de kiemen gedood door de verhitting van het water tot minimaal 85ºC gedurende 4-5 minuten (uitkoken van glazen, messen).
Ontsmetting van werkoppervlakten en vloeren door een chemisch ontsmettingsmiddel is moeilijker.
Bij chemische ontsmetting is het volgende belangrijk:
• Alle oppervlakten eerst goed schoonmaken, dan pas ontsmetten; resten van levensmiddelen en vuil verminderen de werking van ontsmettingsmiddel
• Eerst goed de gebruiksaanwijzing lezen
• Inwerktijd en temperatuur in de gaten houden; bij een lagere temperatuur is de inwerktijd langer
• Het is aan te bevelen om na het gebruik van een ontsmettingsmiddel alles met (drink)water schoon te maken
Alle stappen van een schoonmaak- en ontsmettingsprocedure worden in een reinigingsplan opgenomen.
Schadelijke insecten
In de opslagplaats, maar ook inde werkruimte kunnen de schadelijke insecten voor problemen zorgen. Als vlak naast de honing ook raten opgeslagen worden kan het gebeuren dat men daar ook wasmotten aantreft. Druppels honing op de vloer zijn een uitstekend voedingsplaats voor mieren.
Voorzorgsmaatregelen tegen schadelijke insecten voorkomen problemen.
Voorzorgsmaatregelen
• Regelmatige controle in alle ruimten
• Levensmiddelen worden goed afgesloten bewaard
• Geen resten laten slingeren (suiker of druppel honing op de vloer trekt mieren aan)
• Ramen met horrengaas, deuren goed sluitend
• Afvoer en wasbak regelmatig controleren; droog gevallen afvoer biedt toegangsmogelijkheid
Het is zinvol om een voorzorg- en bestrijdingsplan op te maken. Daarin worden de intensiteit van de controles en de standplaats van de bestrijdingsmiddelen (muizenvallen, mottenballen, lokmiddel) aangegeven. Dat maakt het makkelijker om later de controle en eventuele vernieuwing van het bestrijdingsmiddel na te gaan.
Eisen voor de persoonlijke hygiëne
Bij de verwerking van honing is een goede persoonlijke hygiëne noodzakelijk.
Als kleding wordt een witte katoenen overall met en haarkap aanbevolen.
De personen mogen geen besmettelijke ziekte hebben. Niezen en hoesten in de beurt van levensmiddelen is te vermijden. Roken (ook de pijp) is verboden.
Tijdens het werk is het bijzonder belangrijk om op de hygiëne van de handen te letten: handen zijn "gereedschap" en komen in direct contact met het desbetreffende voedingsmiddel.
Basisregels van een vakkundige handenhygiëne
• Handen wassen voor het begin, evenals na ieder toiletbezoek, na het hoesten, niezen of neus snuiten; ook bij het binnengaan van een schone werkruimte
• Handen wassen onder stomend warm water, met zeep uit een houder gedurende 30 seconden, daarna grondig uitspoelen
• Handen afdrogen met een wegwerphanddoek; in stoffen handdoeken kunnen kiemen aanwezig zijn
• Schrammetjes of wonden moeten vakkundig verzorgd worden, met een schoon waterbestendig verband bedekt; daarover draagt men wegwerphandschoenen
• Onbewuste handelingen vermijden (krabben, neus peuteren)
Eisen voor de proceshygiëne: winning en opslag van honing
De productie van een hoogwaardig product houdt in dat men aan een aantal eisen betreffende hygiëne moet voldoen:
• Honing mag geen ongewenste residuen van plantenbeschermingsmiddelen of medicijnen bevatten
• Er mag alleen ingedikte honing geslingerd worden. Watergehalte mag niet hoger dan 20 % zijn.
• Transportmateriaal, eveneens het transportvoertuig moeten in een goede staat zijn (schoon, zonder geuren)
• Open aanhangwagens (niet bijendicht) zijn niet geschikt als transportmiddel
• Honingraten niet op de grond zetten, maar in de daarvoor geschikte kasten (bijendicht)
• Bij ontzegelen werken met schoon materiaal
• Voor het zeven van honing een daarvoor geschikte zeef gebruiken (geen roestvlekken, geschikt voor levensmiddelen)
Afvullen van honing
• Voor het afvullen van de potten de honing klaren
• Tijdens het klaren de eventuele wasdeeltjes verwijderen
• Letten op de hygiëne van kleding en gereedschap
• Honing moet in geschikte en schone vaten worden opgeslagen en wordt droog, luchtdicht en lichtvrij opgeslagen
• Bij het opwarmen van honing de temperatuur van 40° C niet overschrijden
• Eventueel ontstane schuim verwijderen
Potten en deksels
• Potten en deksels worden voor het gebruik schoongemaakt en gecontroleerd op (eventueel) vreemde geuren; bij twijfel niet gebruiken
• Oude etiketten verwijderen
• Potten schoonwassen en drogen in bv. een vaatwasmachine bij 65°C; niet nadrogen met een doek (gevaar voor pluisjes in de honing)
• Bij het afwassen met de hand de potten op een rooster of in een oven drogen
• Nogmaals de potten en deksels controleren op eventuele beschadigingen of verontreinigingen
• Honing zonder schuim afvullen en de deksels goed dichtdraaien
Honingopslag
De ruimte waarin de honing wordt opgeslagen moet:
• Vorstvrij zijn, tot max. 15° C
• Verduisterd
• Luchtvochtigheid onder 60%
• Stofvrij, zonder vreemde geuren of insecten
Gevarenanalyse
HACCP is een afkorting van het begrip Hazard Analysis Critical Contol Point.
Het doel van een gevarenanalyse is om door een aantal systematisch gestelde vragen het beloop van de productie proces te volgen en de mogelijke gevaarpunten te erkennen, zodat de geschikte maatregelen genomen kunnen worden om die in de toekomst te vermijden.
Voor de imker houdt dat in, dat er niet gewacht wordt voor de klachten er komen, maar de maatregelen nemen om de klachten te voorkomen.
HACCP principe
• Analyse van de gevaren in het productieproces
• Vaststellen van de gevarenpunten
• Bepaling van de kritische punten voor de levensmiddelen
• Vaststellen en doorvoeren van de werkzame maatregelen en doorvoering ervan
• Vaststellen van de correctiemaatregelen
• Documentatie
• Toetsen van de eigen controle
Toepassing in de praktijk
Als eerst wordt de weg van het product vanaf het begin tot aan de aflevering beschreven en worden de mogelijke gevaren geanalyseerd. Daarbij worden de gevaren in drie categorieën verdeeld.
Fysische gevaren:
• Metaal resten (metaal deeltjes al gevolg van slijtage, lakdeeltjes, roest)
• Glassplinters (flessen, potten, lichtpeertjes)
• Vreemde voorwerpen (haren, insectendeeltjes, pluisjes)
Chemische gevaren:
• Residuen van schoonmaak en desinfectiemiddelen
• Residuen van bestrijdingsmiddelen en medicijnen
Biologische gevaren
• Bacteriën
• Virussen
• Schimmels
Als de gevaarpunten uit het productieproces vaststaan, moet er gekeken worden hoe die gevaren vermeden kunnen worden, evenals de frequentie van de controlemaatregelen. Toetsen van eigen controle systeem moet regelmatig doorgevoerd worden, in het bijzonder bij de veranderingen in het productiesysteem.
De resultaten van de gevarenanalyse worden schriftelijk vastgelegd.
Gevarenanalyse bij honingproductie
Uit het oogpunt van de hygiëne is honing een relatief "zeker" product. Bij de gevarenanalyse komen er een paar kritische punten naar voren, die de gezondheid van de gebruiker in gevaar zouden kunnen brengen (residuen van bestrijdingsmiddelen, glas- of metaal splinters). Echter zijn er veel punten tijdens het productieproces die, mits niet nageleefd, voor vermindering van de kwaliteit of bederf van het product kunnen zorgen.
Bijlagen
1. HACCP studie
Met dank aan de heren L. Heidema en J Kruit
Bijenstand "de Driehoek", Poortweg 2, 9561 LJ Ter Apel
2. Besluit van 20 november 2003, houdende regels voor honing (Warenwetbesluit honing)
3. EU-VO 852/2004, Leidraad voor de toepassing van een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne
Bijlage 1.
HACCP studie (Hazard Analysis Critical Control Points)
Honing winning en verwerking
Van Bijenstand "de Driehoek", p/a Poortweg 2,9561 LJ Ter Apel
Inhoud
• Beleid
• Beschrijven van het product en het proces
• Vaststellen van mogelijke risico's
• Basis voorwaarden vaststellen en beheren
• Risico analyse
• Vaststellen kritische beheerspunten
• Vaststellen beheersmaatregelen
• Opstellen van werkinstructies
• Invoeren van HACCP systeem
• Werk het systeem nu?
Beleid
Inleiding.Sinds december 1995 moeten alle bedrijven, die voedingsmiddelen verwerken, kunnen aantonen dat zij bezig zijn een plan op te stellen en uit te voeren voor het beheersen van de kwaliteit van hun producten. Dit geldt voor allerlei soorten bedrijven die voedingsmiddelen verwerken zoals bijvoorbeeld een suikerfabriek, een groothandel en een supermarkt.
De Warenwet
In de Warenwet wordt geëist dat deze bedrijven een plan opstellen dat ervoor zorgt dat de verwerkte producten veilig voor de consument zijn. De Warenwet geeft aan dat dit plan moet voldoen aan het HACCP-systeem. Dit staat voor Hazard Analysis and Critical Control Points, wat vrij vertaald gevarenanalyse en kritische beheerspunten betekent. Alle gevaren voor de gezondheid van de consument, die aan het gebruiken van de voedingswaren kunnen kleven, moeten onderkend worden en er dient een plan opgesteld en uitgevoerd te worden waardoor deze gevaren worden voorkomen. In de praktijk is het nu zo dat een medewerker van de Keuringdienst van Waren bij elk voedingsmiddelenbedrijf kan aankloppen met de vraag hoe het gesteld is met de veiligheid van het voedsel volgens het HACCP-syteem. De fabrikant moet kunnen aantonen welke risico's de consument zou kunnen lopen bij het gebruiken van zijn waren en welke maatregelen er zijn genomen of zullen worden genomen om deze risico's te beheersen.
Honing
In principe geldt het HACCP-systeem ook voor imkers die aan huis of op markten honing verkopen. Ook imkers mogen de consument natuurlijk niet aan onnodige risico's blootstellen. Naast de eisen van het Honingbesluit, moet de imker er dus nu ook voor zorgen dat zijn bedrijfsvoering resulteert in een product dat veilig is voor de consument. Officieel moet hij het hele verwerkingsproces op papier hebben staan. Bovendien moet hij kunnen aantonen dat hij dan volgens dit proces zijn honing verwerkt.
Gelukkig is honing van nature een veilig product dat bijvoorbeeld niet gemakkelijk bederft. De kans op voedselvergiftiging is te verwaarlozen.
Van nectar tot consument
Laten we eens nagaan wat er zoal met honing kan gebeuren. Bijen verzamelen suikerhoudende (vloei)stoffen zoals nectar en honingdauw en brengen deze naar hun woning, zodat deze verwerkt kan worden tot honing. Als er gevlogen wordt op drachtplanten die met giftige gewasbeschermingsmiddelen bespoten zijn zal er meestal bijensterfte optreden. Wanneer voor de bestrijding van plagen in een gewas een voor bijen zeer giftig middel wordt gebruikt, zal de bij die op dat gewas vliegt de kast niet meer bereiken en daardoor worden de bijenproducten niet verontreinigd.
Er ontstaat wel een vervelende situatie wanneer de bij niet meteen gedood wordt en toch kans ziet om de kast te bereiken. Sterfte van bijen en/of broed kan later optreden, maar dan is het kwaad al geschied. Dit is voor de imker een signaal is dat de honing niet meer te vertrouwen is. Om er zeker van te zijn dat honing niet op een dergelijke manier verontreinigd is zal de imker dus alleen van gezonde bijenvolken honing mogen oogsten. In de praktijk zal het meestal zo zijn dat een door vergiftiging verzwakt volk niet veel honing oplevert. Hierdoor wordt de kans op verontreinigde honing weer verkleind.
Anders is het met radioactieve heidehoning. De imker zal hier niets van merken terwijl er toch duidelijk een gevaar voor de consument bestaat. In dit geval moet de imker ervoor zorgen dat hij van dergelijke calamiteiten op de hoogte is. Dat kan bijvoorbeeld door vakliteratuur bij te houden. De tweede stap zal zijn dat hij in geval van verhoogd besmettingsrisico de honing moet laten onderzoeken. Na de Tsjernobyl-ramp kon dit kosteloos via de Keuringsdienst van Waren.
Bestrijdingsmiddelen
Behandeling van bijenziekten en -parasieten mag alleen met de wettelijk toegestane bestrijdingsmiddelen. Verkeerd gebruik of het gebruiken van niet-toegestane middelen kunnen een gevaar voor de gezondheid van de consument inhouden. Het is natuurlijk zaak om zich aan de wettelijke gebruiksvoorschriften te houden. De imker die zich in dit opzicht keurig aan de wet houdt valt niets te verwijten. Wel is hij te allen tijde productaansprakelijk, dat wil zeggen dat een consument de imker verantwoordelijk kan stellen voor de gevolgen van bij hem gekocht product. De imker kan dit weer doorschuiven naar de leverancier van het bestrijdingsmiddel.
Het gebruiken van bestrijdingsmiddelen is overigens niet verplicht. De imker kan kiezen om ze wel of niet te gebruiken. Hij doet er in ieder geval verstandig aan om kritisch te blijven, al is het alleen maar omdat hijzelf vaak meer honing eet dan de gemiddelde consument.
Honingverwerking
Een goede hygiëne speelt bij de verwerking van honig natuurlijk een grote rol. Residuen van schoonmaakmiddelen waarmee de honingslinger, honingpotten en ander materiaal worden schoongemaakt zouden in de honing terecht kunnen komen. Een simpele oplossing hiervoor is om alleen veilige middelen te gebruiken zoals bijvoorbeeld soda en om na het schoonmaken de voorwerpen goed af te spoelen. Zorg ervoor dat er een duidelijk etiket op de sodapot zit zodat de kans klein is dat er per ongeluk een verkeerd schoonmaakmiddel gebruikt wordt. De ruimte waar de honing geslingerd wordt moet schoon zijn. Er mogen geen gevaarlijke stoffen in de honing terechtkomen. Na het slingeren en zeven komt de honig in een schoon vat met deksel om geklaard te worden of om geroerd en geënt te worden. Zorg er voor dat geen verontreiniging kan optreden tijdens het vullen van de honingpotten.
Bij het vullen van de potten speelt nog een ander gevaar een rol. Tijdens het transporteren of het opslaan kan het glaswerk beschadigd raken en kan er een stukje glas in een pot terechtkomen. De kans dat dit gebeurt is klein, maar niet uitgesloten. Om te voorkomen dat een stukje glas in een pot achterblijft, kunnen de schoongemaakte potten omgekeerd op een schone tafel gezet worden. Alle ongerechtigheden zullen er dan uit vallen.
Etiket
Iedere potje honing moet voorzien worden van een etiket dat voldoet aan bepaalde eisen (honingbesluit Warenwet). Het partijherkenningsteken kan bestaan uit een nummer. Dit nummer dient ervoor om de partij achteraf te kunnen identificeren als er iets niet in orde is. De imker moet dan wel schriftelijk bijhouden hoe de verschillende partijen te identificeren zijn. De houdbaarheidsdatum moet de datum van minimale houdbaarheid aangeven. Volgens het Honingbesluit moet onder andere het enzymgehalte binnen de houdbaarheidstermijn nog aan de bepaalde waarden voldoen maar in het kader van de voedselveiligheid kan een te hoog opgegeven houdbaarheidstermijn meestal geen kwaad: honing in een gesloten potje kan niet echt bederven en het is onwaarschijnlijk dat een consument ziek wordt van oude honing.
Het beleid van Bijenstand "de Driehoek" is er dan ook op gericht om een voedselveilig product op de markt te brengen.
Om dit beleid handen en voeten te geven word er gekeken wat voor mogelijkheden er zijn om de totale keten te verbeteren.
Hiertoe maken we gebruik van het HACCP-systeem.
Beschrijven van het product en het proces
Het proces is er op gericht om van bijenvolken honing te winnen. Hiervoor zijn gezonde bijenvolken nodig en voor de bijen moet het mogelijk zijn om voldoende nectar te verzamelen. Dit wordt bereikt door de bijenvolken te plaatsen daar waar voldoende aanbod is van nectar. Dit kan betekenen dat er naar cultuurgewassen en/of natuurlijke drachtgebieden gereisd wordt. Indien er voldoende nectar is verzameld en omgezet in honing kan deze door de imker afgenomen worden om te worden geslingerd. Tijdens het slingeren dient dan nodige zorgvuldigheid in acht te worden genomen om een voedselveilig product te kunnen leveren aan de tussenhandel of eindverbruiker. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van materialen die eenvoudig zijn te reinigen. Deze zijn dan ook voornamelijk uitgevoerd in RVS. Tevens vindt er controle plaats op het drogestof gehalte door middel van een brix-meting met behulp van een refractometer. Ook de registratie van de partij honing door middel van vermelding van de slingerdatum, soort honing, gewicht en drogestof gehalte. Na enige dagen de honing bij kamertemperatuur te hebben bewaard wordt deze afgeschuimd. Dat wil zeggen dat de fijne deeltjes dit nog in de honing aanwezig waren in de honing naar boven zijn gaan drijven en worden dan verwijderd. Mocht de honing een zogenaamde waas vertonen is dit een aanwijzing dat het kristallisatie proces een aanvang heeft genomen. Om te voorkomen dat de honing lange kristallen vormt, dus hard uitkristalliseert, wordt deze geroerd. Na enige dagen wordt de honing opgeslagen in een donkere, koele ruimte (kelder) totdat hij wordt opgepot (afgevuld in potten). Alvorens de honing verwerkt kan worden voor het afvullen dient deze iets te worden opgewarmd. Dit gebeurt in een verwarmingskast waarin een temperatuur heerst van ca. 35 - 40oC. Is de consistentie van de honing dusdanig dan wordt hij afgevuld in potten. De potten worden voorzien van een etiket met de aanduidingen volgens het honingbesluit zoals genoemd in de Warenwet. Tevens vindt de registratie van de partij plaats zodanig dat bij klachten, via traceability, de mogelijke oorzaak kan worden opgespoord.
Stappen in het honing productie proces zijn:
• Houden van gezonde bijenvolken
• Plaatsen van volken op bekende drachtgebieden
• Regelmatig controleren van bijenvolken
• Afnemen van de honing
• Slingeren van de honing
• Zeven van de honing
• Bepaling van droge stof gehalte (meting brix)
• Wegen van de honing
• Registratie en registratie per eenheid
• Klaren van de honing
• Roeren van de honing
• Opslag van de honing
• Opwarmen van de honing
• Roeren van de honing
• Oppotten van de honing
• Etikettering van de honing
• Opslag van opgepotte honing
• Verkoop van de honing
Vaststellen van mogelijke risico's
• Besmetting van de honing met gewasbeschermings middelen
De besmetting van honing met gewasbeschermingsmiddelen is zeer klein te noemen aangezien bijen zeer gevoelig zijn voor giftige stoffen. Mochten zij hiermee in aanraking komen is de kans zeer klein dat zij hun woning nog bereiken. Ze zullen naar alle waarschijnlijkheid in het veld sterven. Mochten ze nog wel de kast bereiken dan zullen ze binnen zeer korte tijd sterven. Het bijenvolk zal door de massale sterfte dusdanig klein worden dat het winnen van honing van een dergelijk volk zeer onwaarschijnlijk wordt zodat de imker hier geen honing van kan oogsten.
• Onvoldoende drogestof gehalte van de honing
Door na het slingeren van de honing het drogestof gehalte te meten met een refractometer is te voorkomen dat honing met een te lage drogestof gehalte op de markt wordt gebracht.
• Besmetting tijdens het ontzegelen
• Door met goed gereinigd materiaal te werken is hier geen besmettings gevaar te verwachten. Voor het reinigingsproces zal een werkvoorschrift moeten worden opgesteld.
• Besmetting tijdens het slingeren
• Door met goed gereinigd materiaal te werken is hier geen besmettings gevaar te verwachten. Voor het reinigingsproces zal een werkvoorschrift moeten worden opgesteld
• Onvoldoende gereinigde opslagvaten
Door met goed gereinigd materiaal te werken is hier geen besmettings gevaar te verwachten. Voor het reinigingsproces zal een werkvoorschrift moeten worden opgesteld
• Besmetting tijdens het roeren
Door met goed gereinigd materiaal te werken is hier geen besmettings gevaar te verwachten. V